VVD Terneuzen wil upgrade afdeling economische zaken

De grootste gemeente van Zeeland kan niet op een haast amateuristische wijze blijven omgaan met economische ontwikkelingen. Daarmee wordt de gemeente Terneuzen en zijn inwoners geen dienst bewezen. De VVD Terneuzen vindt dan ook dat de komende raadsperiode de afdeling economische zaken op sterkte moet worden gebracht en dat er speciaal voor de economische ontwikkelingen een eigen gemeentelijke lobbyist wordt aangesteld. Een autoriteit met kennis van zaken en behoorlijk wat bevoegdheden, een zwaargewicht.

Aanleiding: Vroon

Voor de upgrade van economische zaken en een lobbyist heeft de VVD in een - sluitende - alternatieve gemeentebegroting een flink bedrag gereserveerd. Een bedrag dat volgens VVD-kandidaat  - en raadslid - Michiel Groeneveld vanzelf wordt terugverdiend als afdeling en mensen werken zoals het zou moeten. “Tot nu toe speelt Terneuzen niet goed in op kansen en bedreigingen. We hebben dat vooral gemerkt met de zaak rond Vroon, de reder die in Terneuzen kantoor zou gaan houden, maar uiteindelijk verkaste naar Breda. Terneuzen heeft toen echt kansen laten liggen door niet professioneel met het bedrijf om te gaan. Contractueel werd Vroon tot niets verplicht en daar moet Terneuzen nu nog voor boeten, niet op de laatste plaats omdat de grond alvast door de gemeente was aangekocht. Wij willen dat in de nabije toekomst structureel anders met dit soort zaken wordt omgegaan”, aldus Groeneveld.

inzetten op professionaliteit

Nu de economie in de regio een ommekeer heeft gevonden vinden de liberalen in Terneuzen dat de gemeente beter op kansen moet kunnen inspringen, ook al, omdat door de fusie van de Zeeuwse havens en die van Gent, de Kanaalzone internationaal gesproken een interessantere regio wordt. “Dat betekent dat we kennis en kunde moeten gaan tonen en inzetten, bij acquisitie, bij onderhandelingen en bij nieuwe vestigingen. We moeten weer meetellen als Terneuzen en dat gebeurt echt niet als economische zaken ondergeschoven kindje bij de afdeling RO blijft”, meent Groeneveld